Op vakantie naar China (deel 1): Beijing

Je verwacht natuurlijk dat er veel valt te zien in de Chinese hoofdstad. Wel, in theorie is dat zo, maar in de praktijk? Tijdens de landing wordt het een en ander al snel duidelijk wanneer de Lufthansa-airbus zich neerlaat in een dikke, bruingele soep die doorgaat voor de hemelen boven Beijing, en waaruit slechts vlak voor de ‘touchdown’ enkele contouren van gebouwen en bomen laten zien dat we zijn gearriveerd op onze vakantiebestemming. Hmm, niet bepaald een ‘blue sky day’!

Het duurt even voordat we afmeren aan de slurf; sinds mijn laatste bezoek in 2007 is de luchthaven van Beijing ongeveer verzesvoudigd en, gekoppeld aan het feit dat we op het lokale equivalent van de Polderbaan zijn geland, zorgt dit voor een ‘schöne Rundfahrt am Flughafen’ zoals de gezagvoerder droog meldt via de intercom. De douaneformaliteiten verlopen soepeltjes, alle koffers komen van de band en in no-time verzamelt het hele reisgezelschap, waarvan we er al enkele hadden gespot tijdens de overstap in München, zich rond reisleider Oscar en lokale gids Bob waarna we ons hotel gaan opzoeken.

Beijing lijkt niet veel veranderd. Het is nog steeds een enorme massa van blokken hoogbouw, gescheiden door brede snel- en autowegen, en nog steeds ziet het eruit of niets ouder is dan een paar decennia. Ook de enorme bouwputten vol kranen ontbreken niet, het enige wat me opvalt is dat de bruingele skyline wordt doorpriemd met de silhouetten van nóg hogere wolkenkrabbers. En ook ons hotel is vertrouwd, die heerlijke mix van modernisme en Chinese lantaarntjes. Het ruikt overal naar sigaretten want de Chinezen zijn stuk voor stuk fervente kettingrokers – ik ga de komende dagen serieus op zoek naar kinderbuggy’s waar sigarettenrook uit opstijgt, per slot van rekening kan het nooit slechter zijn dan de soepachtige lucht waar al die mondkapjes toch niet tegen helpen.

Vanwege de smog is de middagexcursie naar de Temple of Heaven en de Drum & Belltower uitgesteld, en hebben we de middag vrij – een aangename planswijziging want tijdens de vlucht is er niet veel van slapen gekomen. Dit keer niet vanwege huilende kinderen, nee, de paar die in onze buurt zaten lieten zich pas vlak voor de landing horen, nee, het lag meer aan het drietal Chinese heren die twee rijen achter ons de nacht meenden door te brengen met het luidkeels spelen van potjes mahjong. Nou ja, dat is natuurlijk de charme van een vlucht op Beijing waar natuurlijk het gros van de passagiers van Chinese komaf is. Afijn, in het hotel dus eventjes een paar uurtjes plat en daarna even de boel in de omgeving verkennen.

De volgende ochtend ziet de wereld er heel anders uit: Blue Skies over Beijing! Zaten we gisteravond met een aantal mensen nog een biertje te drinken in het parkje schuin tegenover ons hotel, al genietend van de alomtegenwoordige groepjes dansende mensen, vandaag is de hemel strakblauw en priemt het zonnetje door de canyons van de hoogbouw die zich inmiddels alweer hebben gevuld met massa’s bussen, taxi’s en automobielen van bekend en minder bekend fabricaat. Wat overigens opvalt is dat de acht jaar geleden alomtegenwoordige, doosachtige fietsriksja’s zijn verdwenen; de brede fietsstroken worden nu gedomineerd door elektrische brommertjes en een enkele dappere Chinees die zich op een ouderwetse trapfiets door het verkeer beweegt.

De volgende dagen vullen zich met bezoeken aan de highlights in en om Beijing; uiteraard de Muur die zich op een tachtig kilometer noordelijk van de hoofdstad door het bergland slingert. In onze gedachten zit het fabeltje dat die Muur vanuit de ruimte zichtbaar zou zijn behoorlijk verankerd, maar de waarheid is heel wat minder poëtisch. Op de te bezoeken gedeeltes heeft men secties van het 2200 jaar oude verdedigingsbouwwerk in oude glorie hersteld, maar voor het overgrote deel van zijn 6400km lengte is het vervallen tot een overwoekerde ruïne, vervallen tot een lage wal of zelfs geheel verdwenen, door honderd generaties benut als een goedkope bron van bouwmateriaal.

Het was Qin Huangdi, eerste keizer van de Qin (spreek uit: tsjin)-dynastie die de Muur zijn grote omgang gaf. Hij was ook degene die het uit diverse losse koninkrijkjes bestaande land tot één geheel smeedde. Hij had zijn hoofdstad bij Xi’an, dan gaat er misschien nog een ander lichtje bij je branden maar daarover later. Maar het was pas gedurende de Ming-dynastie, zo’n vijfhonderd jaar geleden, dat de Muur zijn huidige bakstenen uiterlijk kreeg.

Van de vele highlights binnen de stadsgrenzen springt er eentje toch wel bovenuit en dat is de confuciaanse Tempel van de Hemel, ook al stammend uit de Ming-dynastie. Het huidige ronde bouwwerk is voorafgegaan door een hele reeks voorgangers, zo blijkt uit de twee paviljoens ten weerszijden van de ingang. Maar wat deze plek zo bijzonder maakt is het park er omheen; een plek voor de Beijingers om te relaxen en bij elkaar te komen. Er zijn zangkoren van hoofdzakelijk oudere mensen die met veel verve de patriottische liederen uit hun jeugd vertolken, solisten en groepen muzikanten, kaart- en dominogroepjes en ouderen die hun kalligrafie-vaardigheden op peil houden. Dat doen ze door met een grote kwast gedichten met water op de bestrating te schrijven. Een van hen vraagt waar ik vandaan kom en herkent het land: breed grijnzend zegt hij: ‘Holland, Amsteledam!’ Ik vraag hem wat hij opschrijft, waarop hij mij zijn versgeschreven en alweer vervliegende gedicht voordraagt. In kleurrijk ritmisch Chinees uiteraard.

Onze volgende etappe bestaat uit een reis per nachttrein naar Xi’an, op de kaart van China lijkt dat maar een klein stukje maar het is wel duizend kilometer.

Tekst en foto's: Sil Castelein.

Soort: 
vluchtverslag

Reageren op artikelen? Er gelden spelregels. De redactie behoudt het recht om reacties die niet aan de regels voldoen te verwijderen.