Op vakantie naar China (deel 3): Luoyang

Is het een ruimtestation? Een vliegveld? Nee, het is het gloednieuwe CRH-treinstation aan de noordrand van Xi’an, jeweetwel, die plek waar appartementen te koop worden aangeboden met wervende teksten als: '100m2 groot, fraai gelegen op de 32e verdieping en met blijvend vrij uitzicht op het noorden, in ieder geval gedurende de komende achtenveertig uur'. Oh ja, CRH staat voor het hogesnelheidsnetwerk van de Chinese staatsspoorwegen wat men in het afgelopen decennium in hoog tempo uit de grond heeft gestampt en wat nog steeds verder uitgebreid wordt.

In tegenstelling tot de Europese visie, waar de hogesnelheidstreinen vertrekken en arriveren op de bestaande stations, hebben de Chinezen voorzien in volledig nieuwe stations die dan ook aan de rand van de stad liggen. Nou ja, voor de komende achtenveertig uur tenminste. Dat heeft natuurlijk het voordeel dat de bestaande infrastructuur volledig beschikbaar blijft voor het reguliere passagiers- en vrachtvervoer, maar het nadeel is dat je er wel een tijdje over doet om vanuit de volledig dichtgeslibde binnensteden ter plekke te komen. Iets wat overigens ook wel geldt voor de bestaande stations, de gemiddelde stad in China telt minimaal een paar miljoen inwoners. Neem Beijing bijvoorbeeld, we deden er in de afgrijselijke zaterdagavondspits (de beperkingen op basis van kentekennummer gelden alleen doordeweeks; in het weekeinde mag iedereen de weg op) anderhalf uur over om de tien kilometer tussen ‘antique street’ en het Weststation af te leggen. En dat ligt allebei binnen de eerste van de zes ringwegen! Het is dus ook geen wonder dat er enorm geïnvesteerd wordt in de metronetwerken.

Hogesnelheidstreinen zijn natuurlijk een geweldige oplossing voor het midden- en langeafstandstransport in een land als China, wat al zo te lijden heeft van smog en fijnstof. Geen wonder dat men alles bouwt op de groei. Dat station in Xi’an bijvoorbeeld, je moet de treinen haast met een vergrootglas zoeken, zo enorm groot is dat. En dan heb je het toch over treinstellen van zestien rijtuigen en een lengte van meer dan een halve kilometer. Onze ‘G-train’ is er eentje van de laatste generatie en als je hem van de voorkant bekijkt, dan ziet ‘ie er in ieder geval al supersnel uit. Het reizen ermee is een heel stuk minder spectaculair; als de display boven de deur de 300km/u overschrijdt voelt het aan of hij nog een heel stuk harder zou kunnen.

Oh ja, da’s waar ook, ik zou het over Luoyang hebben in deze blog. Nou ja, die 430km er naartoe vanaf Xi’an is dus in een uur en drie kwartier gedaan, da’s dus wel even wat anders dan de nachttrein! Op het eveneens aan de rand van de stad gelegen station staat onze nieuwe gids ‘My English name is Joe’ ons al op te wachten, en reizen we direct af naar de grootste bezienswaardigheid van de stad: de Grotten van Longmen. Eigenlijk zijn dat niet zozeer grotten, maar eerder nissen die in de jaren 473-755 zijn uitgehouwen in de kalksteenkliffen aan de westoever van de rivier de Yi, waarbij talloze boeddha’s en bodhisattva’s vanuit de levende rots zijn ‘verschenen’. Het is een sfeervolle en door de Chinezen drukbezochte plek; vanaf de lommerrijke wandelpromenade langs de rivier kun je via trappetjes en wandelpaden langs de vele nissen met de beelden lopen; de kleinsten zijn duimgroot en de grootste, waarvoor keizerin en beschermvrouwe van het boeddhisme Wu Zetian uit de Tang-dynastie model heeft gestaan, is zestien meter hoog.

Veel beelden zijn onthoofd, beschadigd of geheel verdwenen; de tol van jaren onbeschermd in een land wat meegolfde op de tijden. Antiboeddhistische beeldenstormen, oorlogen en roof door antiekhandelaren. Maar wat er over is, is nog steeds zonder meer de moeite waard om te bekijken. En dat kan ook vanaf het water; er varen kleine pagodebootjes over en weer tussen de promenade en de parkeerplaats aan de oostoever.

Het is niet voor niets dat Luoyang zo’n prachtige kunsthistorische schat binnen haar grenzen heeft; de stad was de hoofdstad van maar liefst tien dynastieën. Anno nu is het een belangrijke industriestad waar men vrachtwagens, tractoren en de slimme, alomtegenwoordige elektrische brommertjes, die wel wat weg hebben van een gemotoriseerde step met een zitje, vervaardigd. Oh ja, en men maakt er I-phones; Foxconn is ook in deze stad gevestigd.

Net buiten de stad ligt nog zo’n heerlijk Chinees wondertje: de boeddhistische Tempel van het Witte Paard. De ontstaansgeschiedenis bevat een mooie mythe: keizer Ming uit de Han-dynastie (25-220 na Christus) droomde over een gouden boeddha, en stuurde prompt mensen naar India om teksten te halen. Na jaren kwamen ze terug op witte paarden – een prachtig verhaal, maar in werkelijkheid was het boeddhisme in die tijd al bekend in het land. Maar dat mag de pret niet drukken. De drie paviljoens met hun binnenplaatsen, waar bezoekers op gele kussentjes de boeddha vereren en monniken in bruine gewaden rondlopen, vormen een oase van rust en sfeer. Het is trouwens opvallend dat zoveel tempels en parken in dit land zo’n rustgevend effect op je hebben, maar dat zal wel komen vanwege de uitgebalanceerde feng shui.

Luoyang is ommuurd door de bekende hoogbouwwoonwijken van dertig hoog, maar het oude centrum ademt nog de sfeer van vroeger; betegelde straatjes met kleine huisjes en een ieniemini drumtoren – die altijd gepaard is met een klokkentoren; de klokken gaven ’s morgens en de drums ’s middags de tijd aan – waar de bevolking handel drijft, voor hun huisje zit te breien en altijd in is voor een praatje. Onze Joe kletst wat af en wat hebben die Chinezen toch een goed gevoel voor humor; er wordt heel wat afgelachen. Dat geldt niet voor het bejaardenhofje wat we bezoeken; daar hangt Mao nog in volle glorie aan de balustrade, en kijken de oude mensen verbaasd door de hoofdpoort naar de commerciële draaikolk waarin hun oude, vertrouwde vaderland is veranderd. Wel een beetje triest.

Tekst en foto's: Sil Castelein.

Soort: 
vluchtverslag

Reageren op artikelen? Er gelden spelregels. De redactie behoudt het recht om reacties die niet aan de regels voldoen te verwijderen.