Op vakantie naar China (deel 4): Nanjing

Pff, die Chinese nachttreinen zijn net opium; verslavend en dodelijk op de lange termijn. We zaten, na de aangename reis met de G-train te debatteren of die niet aangenamer zou zijn om de twaalfhonderd kilometer tussen Luoyang en Nanjing te overbruggen; binnen vijf uur ben je op bestemming. Naaahhhh!!! Er gaat toch niets boven die ietwat archaïsche nachttrein! En zo staan we, na een heerlijk diner met typisch eten van Luoyang (en een bezoek aan de gigantische Dennis-supermarkt om drank in te slaan) op het minimalistisch/socialistisch functionele station om met trein K736 van 19:34 richting Nanjing te reizen.

En ja hoor, daar gaan we weer. Mazzel is dat onze coupe’s zich in twee wagons bevinden, zodat er geen interferentie meer is tussen de rustige, nuchter blijvende mensen en de bierdrinkende lawaaimakers. Wagonbeheerster ‘My English name is Carrie’ heeft het er maar druk mee, zeker als we bij een onverwachte, half uur durende tussenstop het perron opstromen. Maar ze laat zich de kaas niet van het brood eten: “Carrie, it is too warm in your train!” “That’s because you drink too much beer!”

En zo staan we om tien voor acht de volgende morgen weer vertrouwd brak op het perron van de oude ‘Zuidelijke Hoofdstad’ Nanjing, kort nadat we de beroemde Yangtze-brug zijn gepasseerd, maar daarover straks meer. Nanjing is bij ons hoofdzakelijk bekend vanwege het ‘Nanjing Massacre’, waarbij de Japanners in december 1937 driehonderdduizend mensen vermoordden, iets wat heden ten dage nog invloed heeft op de Chinees-Japanse betrekkingen – mede omdat de Japanners nooit hun excuus hebben aangeboden. Maar de stad heeft meer te bieden qua historie; het was niet alleen hoofdstad gedurende de Ming-periode maar ook van de kersverse Republiek China van dr. Sun Yat-Sen, die dan ook in een prachtig mausoleum op de ‘Purple Mountain’, de huisberg van de stad, ligt opgebaard. Dat duurde overigens maar 21 jaar; in 1949 werd Mao Zedong’s communistische Volksrepubliek een feit en werd ‘Noordelijke Hoofdstad’ Beijing de regeringszetel.

Ons hotel bevindt zich pal in het hart van de stad, da’s handig voor later op de dag, maar eerst gaan we onze kater wegeten bij het riante ontbijtbuffet. Daar hebben ze het meest bizarre gerecht wat ik totnutoe gezien heb: ‘spicy boiled egg with tea flavor’. Het ziet er een beetje uit als een melkchocolade-ei maar het is erg lekker. En oh ja, ze verkopen hier op markten ook die dingen die ze in zuidelijker landen ‘balut’ noemen, maar zo’n eende-ei met een bijna volgroeid kuiken erin telt voor mij niet als voedsel.

Maar nu even terug naar die brug over de Yangtze-rivier. Letterlijk dan; dit is een uitstapje met een volksrepubliekssmaakje. In een kaal communistisch ogend zaaltje onder de brugoprit krijgen we, al kijkend naar een prachtige maquette van het bouwwerk, uitleg over dit stukje zestigerjaren zelfbewustwording van de Chinezen. Eigenlijk zouden de Russen hem als ‘big brother’ bouwen, maar vanwege wat onenigheid over het een of ander haakten ze af waarop de Chinezen besloten het dan maar zelf te doen. Let wel, dit was in de Culturele Revolutie-jaren waarin Mao’s Grote Stap Voorwaarts volledig mislukt was, het grootste deel van de Chinezen honger leed en er gebrek aan bijna alles behalve broodmagere Chinezen was. En als je nu vanaf de zeventig meter hoge pylonen neerkijkt op dit inclusief op- en afritten zeseneenhalve kilometer lange dubbeldeks bouwwerk, wat indertijd over een heel wat ongetemdere rivier moest worden gebouwd, wekt dat toch wel bewondering op – het was immers de eerste van de duizenden mega-bouwwerken die nu wereldwijd door Chinese ondernemingen wereldwijd worden en zijn uitgevoerd.

Naast het werken met vuur en staal zijn de Chinezen trouwens ook heel goed in het aanleggen van parken. Ik noemde de huisberg van Suzhou al, Purple Mountain, geheel omringd door bebouwing maar herschapen in een heerlijk park met het ook hierboven genoemde mausoleum van Sun Yat-Sen. Je hebt er prachtige lanen, tuinen, bossen, waterpartijen en een authentiek ogende maar in 1929 door een Amerikaan ontworpen Chinese pagode van waaraf je, na 285 treden, een prachtig uitzicht op de beboste hellingen en de daarachter liggende stad hebt. En overal daalt een gevoel van rust over je heen, ik voelde dat al eerder in een Chinees park, het voelt al lopend of je zweeft en alle geluiden zoeter en gedempt klinken, je voelt je er ongelofelijk relaxt. Het zal vast wel met een goede feng shui te maken hebben, iets anders kan ik niet bedenken. Het komt in ieder geval niet door opium of iets vergelijk-baars.

Ook heerlijk om doorheen te wandelen is het oude, toeristische centrum rond de Confuciustempel achter ons hotel; nauwe kronkelende straatjes met winkeltjes waar ze de meest geweldige onzin verkopen – ook hier weer een keur aan souvenir-Eifeltorens in allerlei soorten en maten – en hele hordes Chinese toeristen die zich lopend of per loopriksja laten voortbewegen. Het hart van het centrum wordt gevormd door een sfeervol plein aan een riviertje waarover je met pagodebootjes rondvaarten kunt maken. Perfect, de ideale mix tussen lieve ouderwetse Chinese straatjes en moderne gemakken.

Dat laatste vind je ook in de hypermoderne en superdeluxe ‘shopping mall’ aan de voorzijde van ons hotel, en dan in de vorm van ‘The Blue Frog’, een op Australische leest geschoeid steakrestaurant. We hebben eventjes genoeg Chinees eten aan ronde tafels-met-een-draaiplateau genuttigd dus gaan we nu voor een hamburger-met-frieten-en-echte-mayo, vergezeld van een pint Tiger-bier van de tap. En nog eentje want het is happy hour. En wat prijkt er voor de ingang van de mall: jawel, een vijftien meter hoge Eifeltoren waarvoor het wemelt van de selfies makende Chinezen.

Tekst en foto's: Sil Castelein.

Soort: 
vluchtverslag

Reageren op artikelen? Er gelden spelregels. De redactie behoudt het recht om reacties die niet aan de regels voldoen te verwijderen.