Op vakantie naar China (deel 6): Hangzhou

Zuidwaarts rijdend van Suzhou naar Hangzhou wordt duidelijk welke tol de enorme bevolkingsomvang van de regio Shanghai trekt op het wegennet en het landschap. De snelweg is met zijn vier rijstroken allang niet meer toereikend, en zo stranden we ’s middags om een uur of drie al in de vrijdagmiddagfile. En al langzaam rijdend valt het ook op hoe dichtbevolkt het gebied is. Terwijl de ene buitenwijk van tientallen identieke flats van dertig hoog achter je verdwijnt, doemt de volgende al weer op aan de horizon. En daartussen is er amper plek voor een stukje akker, wat laagbouw en bedrijventerreinen.

En dan mondt de overbelaste snelweg uit op de nieuwe, brede snelweg tussen Shanghai en Hangzhou, en kunnen we weer tempo maken. De weg loopt parallel aan de hogesnelheidslijn en in het halve uurtje dat we er langsrijden tel ik maar liefst acht langszoevende treinen, kijk, dat is heel wat andere koek dan die acht ICE-treinen per dag bij ons. En ook het begrip wegrestaurant heeft een heel andere strekking; het zijn complete winkelcentra met supermarkten, restaurants, snack- en noodlebars en koffietentjes. Bij een van die drukbezochte gelegenheden spotten we een Starbucks, een KFC – de Chinezen lusten wel pap van de kip van Colonel Saunders – en een Mac. En je hoeft er ook niet in de rij te staan voor het toilet; dat is een complete hal.

Hangzhou is een populaire bestemming voor de Chinezen, en dat komt door het idyllische West Lake aan de rand van de stad, prachtig gelegen tegen het decor van de ruigbeboste heuvels ten westen ervan. Daar merken we bij ons hotel nog niet veel van; het ligt een beetje verlaten tussen de zakenwijk en een voor Chinese begrippen zeer woonwijk met lage, sovjetachtige flatgebouwen, waaronder zich diverse winkeltjes bevinden die me meteen aan wodka doen denken. Een straat verder vinden we het buurtwinkelcentrum waar we zelfs een heuse pizzeria vinden! De transactie gaat geheel in gebarentaal en dat pakt goed uit, we krijgen allemaal wat we hebben aangewezen – al moest ik het bier aanwijzen in de koelkast.

De avond besluiten we in het wodka-achtige winkeltje pal tegenover het hotel, en hier zijn ze zelfs wat ingespeeld op toeristen. De sixpacks Tsingtao worden meteen in de vriezer gelegd en zelfs een miniem terras, bestaande uit een rond tafeltje en felgekleurde plastic tuinkrukjes, wordt uitgezet – stukken karton die door de baas vers van dozen worden gescheurd vormen de ‘kussentjes’. En al snel staat er een heel contingent buurtbewoners toe te kijken hoe wij ‘rondogen’ onze biertjes naar binnen werken onder het uiten van onbegrijpelijke klanken. Wanneer ik een iets te harde boer laat word ik meteen bestraffend toegesproken door oma die ook is komen kijken: ‘Dat doe je niet hoor, het is hier een nette buurt!’

De volgende ochtend staat het in ochtendnevelen gehulde West Lake op het programma. Voor de Chinezen vormt de waterpartij van zo’n 3 bij 2 kilometer het archetype van het Hemelse Meer, en het wordt doorweven van mythes en legendes. Anno nu is het een toeristische hotspot in de orde van grootte als Valkenburg of Volendam, tegen de beboste hellingen rijgen de hotels zich aaneen en langs de waterkant wemelt het van de souvenirwinkeltjes en de koffie- en vreettentjes.

We maken een rondvaartje over het meer in een Bronzen Pagodeboot, een prachtig staaltje sinokitch wat, zo getuigt de plaquette in de kajuit, een serieus kunstwerk is van de hand van ene Zhu Bingren. Een perfecte ambiance! We varen langs beboste oevers waar sfeervolle paviljoentjes en pagodes met gekrulde dakranden uit opduiken, je voelt je helemaal omarmd door het klassieke China zo, iets wat nog wordt versterkt door de prachtige benamingen van de hotspots in en rond het meer: het Eiland van de Kleine Oceanen, de Gebroken Brug en de Drie Maanreflecterende Poelen. Geen wonder dat deze plek zo favoriet is bij de Chinezen.

En het heuvelland achter het meer verbergt ook nog een bijzonder geheim, zo blijkt later op de dag: in de verscholen, steile dalen liggen diverse theedorpjes, ware plaatjes tussen de steile, met theestruiken begroeide hellingen. Uiteraard is het een bikkelhard commercieel circus, zo merken we als we een van de ‘thee-musea’ bezoeken. Ik verwacht een serieuze rondleiding zoals ik twee jaar geleden in Sri Lanka meemaakte, maar na even aan de groene blaadjes van de struiken voelen en een korte explanatie van onze lokale gids Emily met haar vogelstemmetje, overhandigt zij ons aan ‘Dragon Lady’ die ons in rap tempo groene thee laat proeven, en ons ‘Amerikanen’ allemaal dik en ongezond verklaart – iets wat we natuurlijk kunnen verhelpen door thee en aanverwante producten te kopen voor teveel dollars. Een opmerking dat we Europeanen zijn en geen Amerikanen komt niet over; Dragon Lady staat op zenden en niet op ontvangen. Helaas voor haar valt de tell sell niet in goede aarde en blijven de toeristenknippen gesloten.

Heel wat sfeervoller is de eveneens in de heuvelen gelegen Lingyin-tempel; een boeddhistisch heiligdom waarvan de historie teruggaat tot de 4e eeuw en die op wonderbaarlijke wijze de Culturele Revolutie overleefde. Anno nu is het een drukbezocht heiligdom waar het wemelt van de monniken en de devoot biddende bezoekers. Het voelt, met zijn uitgebreide bibliotheek, talloze tempels en paviljoens en de omringende grotten vol boeddhabeelden aan als een eiland van sereniteit in het hectische China van deze tijd. We mogen er, samen met tientallen bezoekers, onze eigen wierookstukjes aansteken en er een wens bij doen.

En, gesterkt door deze mooie ervaring, kunnen we beginnen aan de laatste etappe van deze reis; op naar het 180km noordoostelijk gelegen Shanghai!

Tekst en foto's: Sil Castelein.

Soort: 
vluchtverslag

Reageren op artikelen? Er gelden spelregels. De redactie behoudt het recht om reacties die niet aan de regels voldoen te verwijderen.