Op vakantie naar China (deel 7): Shanghai

‘People there were made of steel, tiny cogs in one big wheel,’ zong Steve Winwood eind jaren zestig in zijn Traffic-hit ‘Shanghai Noodle Factory’. Ik ben benieuwd wat hij daar nu van zou vinden al wandelend over de Bund, de boulevard aan de Huangpu-rivier, met links de monumentale, koloniale gebouwen waar de ‘Big Ching’, de klokketoren van het Customs House ieder kwartier zijn Engelsklinkende deuntjes laat horen, en rechts, aan de overkant van de rivier, de nieuwe wijk Pudong waarvan de indrukwekkende skyline wordt bekroond door de 470 meter hoge Oriental Pearl Tower en de 635 meter hoge Shanghai Tower.

Die twee gezichten van Shanghai zijn kenmerkend voor de historie van de stad, die na de Eerste Opiumoorlog overspoeld werd door ‘rondogen’ die in dit veelbelo-vende vissersstadje (‘Shanghai’ betekent letterlijk: ‘Op zee’) hun handelsconcessies vestigden. In 1842 de Engelsen die hun voetafdruk duidelijk op de westoever van de rivier, de Bund, achterlieten, maar al snel gevolgd door Fransen, Amerikanen en Japanners. Dankzij deze onmogelijke conglomeratie van ministaatjes, ieder met een eigen rechtssysteem, groeide Shanghai uit tot een wereldhaven terwijl Hongkong nog een onbeduidend plaatsje was.

En nu hebben de Chinezen de macht weer terug, is Shanghai de grootste haven van de wereld en kijkt de recente hoogbouw van de nieuwe wijk Pudong op je neer vanaf de overkant van de rivier. En tussen die hoogbouw voor mij wel hét symbool van het moderne China: het hoofdkantoor van de Bank of China, een afgrijselijk protserige bruidstaart van een gebouw, helemaal bekleed met Ionische zuilen – zelfs in Las Vegas zouden ze zich voor zoveel wansmaak schamen. Zo gaat dat in China: niets is gek genoeg, alles kan hier. Dat geldt ook voor de lachwekkende Bund Tourist Tunnel aan de voet van het Bank of China-gebouw, waarin je in een kabelbaancabine-op-wieltjes op wandeltempo door een soort van licht-en-geluidsshow naar de overkant rijdt. Niet aan te raden voor epileptici trouwens, met al dat geflits. Aan de Bund-zijde kun je gelukkig onder het genot van een goeie bak koffie weer bijkomen van de belevenis; naast de Tourist Tunnel zitten zowel een Costa als een Starbucks.

Shanghai doet met al z’n hoogbouw en z’n rivier wel wat denken aan een soort van über-Rotterdam. Maar tussen alle wolkenkrabbers vind je prachtige oude Chinese wijkjes. Vlak bij ons hotel bijvoorbeeld, verscholen achter een enorm winkelcentrum ligt een prachtig toeristenwijkje van nauwe straatjes vol prullariawinkeltjes en knusse, zij het wat prijzige restaurantjes. Het is een oud gedeelte van de Franse wijk, waar zich ook het huis van dr. Sun Yat-Sen bevindt, de grondlegger van de Chinese republiek die nu in het mausoleum op Purple Mountain in Nanjing ligt begraven. In het vrij toegankelijke museum zie je de in oorspronkelijke staat verkerende woon-, slaap- en vergaderkamers en in de garage staat zelfs nog Sun Yat-Sen’s prachtige Buick.

We hebben op het einde van de reis een aantal dagen in deze megastad met 23 miljoen inwoners, en de zondag brengen we door met onze neef Ronald en zijn eega Nicole, die hier sinds 2013 wonen en werken. Grappige gewaarwording om door familie door een Chinese stad rondgeleid te worden! Zo bezoeken we naast de Franse wijk de oude Chinese binnenstad rond het fameuze Theehuis van Huxinting met zijn zigzagtoegangsbrug tegen de boze geesten – die zijn niet welkom op de thee. In de wijk is het een drukte van belang en word je regelmatig getrakteerd op de smerige lucht van gebakken tofu. Ook hier een keur aan winkeltjes waar je – hoe kan het anders – terecht kunt wanneer je een Eifeltorensouvenir wilt kopen, ik heb ze in diverse soorten en maten gespot.

We besluiten gezessen – na de lunch is Ronald’s nicht Esther ook van de partij - de dag met een wandeling over de mega-winkelstraat Nanjing Donglu en strijken met 17km wandelen in de hoefjes neer in het fijne Mexicaanse restaurant onderin het appartementengebouw van Ronald en Nicole, met een grandioos uitzicht op de skyline van Pudong in de verte, de Oriental Pearl Tower die ’s avonds in enorme discotheeklamp verandert, de ‘flessenopener’ oftewel Shanghai Financial Centre die met vuurvliegjes knippert en de hoge Shanghai Tower die zich van tijd tot wijle kenbaar maakt met een diagonale streep LED-licht.

Tussen al die hoogbouw staat, haast vergeten, de 420 meter hoge JinMao-toren, een prachtig gebouw wat na voltooiing het op twee na hoogste gebouw ter wereld was – achter de Taipei 101 en de Petronas Towers in Kuala Lumpur. Op de 88e verdieping heb je een mooi uitzichtplatform wat niet alleen fraaie blikken biedt op de omliggende bebouwing, de Bund en de rivier, maar ook in de vijfentwintig etages diepe foyer van het Grand Hyatt Shanghai-hotel op de bovenste etages – het lijkt wel het decor uit die Starwars-film waarin Darth Vader zijn beroemde quote ‘Luke – I’m your father!’ doet.

Maar wil je écht spektakel, dan moet je naar de Oriental Pearl Tower die niet alleen uitzichten biedt, maar ook een mall, een museum en een aquarium huisvest. En natuurlijk het ‘glass floor observatory’ waarin het alleen al een genot is om naar de Chinezen te kijken, die in de meest onmogelijke houdingen hun selfiesticks hanteren. En heb je niet de beschikking over zo’n ding, dan loopt er een creatieve fotograaf die je in al die spierkrampverwekkende standjes boetseert. En oh ja, dat zou ik haast vergeten: je kunt er ook een Eifeltoren kopen. Netjes op één voetstukje met de Oriental Pearl Tower, in kitscherig nepgoud en omkaderd met idem dito diamantjes.

En ja, dan zit de vakantie er alweer op. Nog een stukje naar huis vliegen, denkend aan al het moois wat we hebben gezien en beleefd en vooral het genieten van het prachtige zuidelijke nazomerweer, met tot laat in de avond terrasfähige temperaturen. Thuis is het maar acht graden, hoorden we eerder, brrr...

Tekst en foto's: Sil Castelein.

Soort: 
vluchtverslag

Reageren op artikelen? Er gelden spelregels. De redactie behoudt het recht om reacties die niet aan de regels voldoen te verwijderen.