Op vakantie naar Iran (deel 6): Isfahan

Isfahan! De oude hoofdstad Nesf-e Jahan (‘De Helft van de Wereld’) van zowel de 11e-eeuwse Seltsjoeken als van Sjah Abbas vanaf 1587, tsjonge, wat heb ik me verheugd om deze stad te zien. Fijn dat deze reis zo mooi opbouwt van de landelijke uit leem en stro opgebouwde steden naar het turquoisebetegelde hoogtepunt van de Perzische historie en deze parel als laatste bewaart. Wat een prachtig moment om, tussen de flanerende bevolking en het leger aan tuinmannen die de boel meticuleus onderhouden, door de weelderige Perzische tuinen tussen Abbas’ magnifieke ontspanningspaviljoen Chetel Sotun naar zijn hoofdpaleis Ali Qapu te wandelen, langs dezelfde route die deze grote en invloedrijke vorst honderden jaren eerder aflegde.

Dat Ali Qapu-paleis met zijn grandioze veranda en de verfijnde ruimtes om muziek te beoefenen en gasten te ontvangen, kijkt uit op het ongelofelijke plein Nasq-e Jahan, wat het hart vormde van Abbas’ hoofdstad. Oorspronkelijk een poloveld, maar door de jaren uitgegroeid tot het imposante plein zoals het er nu bijligt: wandelwegen, tuinen en waterbassins met fonteinen, omgeven door een dubbele galerij met winkeltjes en een bazaar – onderbroken door het Ali Qapu-paleis aan de westkant, de ertegenover liggende Sheikh Lotfollah-moskee (nu een museum) die opvalt door zijn asymmetrische opbouw, aan de zuidkant de monumentale, nog steeds in gebruik zijnde Imam-moskee en aan de noordkant de bazaarwirwar die er ongeveer nog net zo bijligt als in de tijd van Abbas, al zijn de verkochte artikelen natuurlijk wel met hun tijd meegegaan. Oh ja, en om je een indruk te geven: het plein, wat na de revolutie van 1979 de ietwat saaie benaming ‘Imam-plein’ heeft gekregen, meet 500 bij 150 meter en wordt daarmee alleen overtroffen door de saaie steenvlakte van het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing.

In mijn vorige verslag beloofde ik om op de Perzisch-Islamitische bouwkunst terug te komen, en de Imam-moskee is een goede, zo niet de beste plek om daarmee te beginnen. Onze knappe en pittige gids Mahboubeh (spreek uit: Machboeb) kon haar tranen van ontroering om op deze plek te zijn amper bedwingen, en terecht: het is zonder twijfel een hoogtepunt. Een gebouw wat met zijn veelkleurige en minutieuze tegeltableaus lijkt te zweven, en ondanks zijn grootte volledig op vriendelijke en menselijke schaal blijft. De warme, manshoge marmeren lambriseringen nodigen uit om aangeraakt te worden en wanneer je die tableaus daarboven van dichtbij bekijkt, dan is elk tegeltje een waar kunstwerk van zeven op elkaar liggende glazuurlagen. Magnifiek! En het gebouw heeft ook een geheim; wanneer je recht onder de koepel staat en in je handen klapt, hoor je zeven echo’s. De plek is aangegeven met een donker vierkant in de turquoise tegelvloer.

Kleiner maar zeker net zo mooi is die asymmetrische Sheikh Lotfollah-moskee, met zijn op turquoise vlechtbundels rustende gouden koepel. Je kunt uren doorbrengen met alle pracht te bekijken en op je in te laten werken. Je kunt deze bouwwerken fotograferen, maar de kracht en betovering ervan kun je alleen maar ervaren door ze te bezoeken. Samenvattend kun je zeggen, wanneer je ze vergelijkt met de Christelijke kathedralen, dat dat huizen zijn van God, op goddelijke schaal. De Perzisch-Islamitische bouwwerken lijken de boodschap door te geven van een God, die de mensen een gebouw schenkt op menselijke schaal om hun geloof te belijden.

Die menselijke schaal is trouwens eenvoudig te verklaren: de bouwwerken zijn allemaal gebaseerd op de Gulden Snede. En dat verklaart ook die asymmetrie van de Lotfollah-moskee; die heeft te maken met positie ten opzichte van het Nasq-e Jahanplein, wat ook volgens de Gulden Snede is gemaatvoerd. Sterker nog; het gehele oude Isfahan is volgens die wet gemaatvoerd en gearrangeerd; zelfs de locatie van de beroemde historische bruggen over de in deze periode van het jaar droogstaande Zayandehrivier; de Pol Si-o-Seh met zijn drieëndertig bogen, de Pol Chubi, de Pol Khaju en de Pol Shahrestan. Vanavond hebben we gedaan wat de meeste Isfahani doen; flaneren door de parken aan weerszijden van de droogstaande rivier en over de oude bruggen. Geweldig; je ziet mensen picknicken, gewoon zitten, dollen met hun kinderen en de jongeren zitten met hun mobieltje te spelen - in Iran heeft iedereen er eentje, waarbij de nieuwste modellen Samsung favoriet zijn – of te werken achter hun tablet of laptop.

Ik raakte aan de praat met twee jonge architectuurstudenten, die de Chubi-brug aan het schetsen waren. En aan de voet van de Khaju-brug zette een zwaarbesnorde Ishafani met luide stem een klassiek gezongen liefdesverhaal in voor zijn groepje toehoorders. Een perfecte soundtrack voor de oude bruggen die uit een duizend-en-één-nachtensprookje lijken te zijn weggelopen, en een volstrekt contrast met het drukke verkeer op de oevers en over de moderne verkeersbruggen, en de luxe appartementen langs de beboste zuidoever van de droogstaande rivier. Prachtig, en wat een volstrekt andere wereld!

En terwijl een clubje reisgenoten gaan dineren in een sjiek restaurant, een paar anderen een saffraan-en-rozenwaterijsje gaan eten bij wat bekend staat als Iran’s beste ijssalon, besluit ik naar ons hotel te gaan om in de extravagante hotelbar (over duizend-en-één-nachtensprookjes gesproken!) van zo’n overheerlijke frappuccino te genieten, al kletsend met de Duitssprekende Iranese ober die graag zijn talenkennis op peil wil houden. En zo loopt de eerste dag in deze mooie stad ten einde, morgen weer eentje vol bezienswaardigheden en mooie ogenblikken voor we weer naar Teheran terugkeren.

Tekst en foto's: Sil Castelein.

Soort: 
vluchtverslag

Reageren op artikelen? Er gelden spelregels. De redactie behoudt het recht om reacties die niet aan de regels voldoen te verwijderen.